Ze is een kei in rekenen, en toch vliegt haar zakgeld er elke maand uit. Hoe dan?

Je puber weet precies hoeveel er binnenkomt en wat iets kost, en toch is het geld alweer op voor het einde van de maand in zicht is. Hoe zit dat? Hersenwetenschapper Barbara Braams legt uit waarom plannen en rekenen iets heel anders zijn dan keuzes maken in het moment.
‘Mijn dochter is een uitblinker in wiskunde. Ze kan ingewikkelde formules oplossen en hoofdrekenen alsof het niks is. En toch is haar zakgeld altijd halverwege de maand al op. Hoe kan iemand die zo goed is met cijfers zo slecht met geld omgaan?’
Er is een groot verschil tussen iets op papier kunnen en het daadwerkelijk uitvoeren. Dat geldt zeker voor pubers.
Barbara Braams (neurowetenschapper)
2 hersengebieden, 2 snelheden
De puberteit is een periode van razendsnelle hersenontwikkeling, maar niet alle hersengebieden ontwikkelen zich even snel. Zo is het beloningssysteem, dat ons gevoelig maakt voor plezier en beloning, juist heel actief in deze levensfase. Jongeren worden daardoor extra sterk aangetrokken tot dingen die nu goed voelen: nieuwe schoenen, snacks, een impulsieve aankoop.
Tegelijk is er de prefrontale cortex, die verantwoordelijk is voor plannen, impulsen onderdrukken en vooruitdenken. Dit is juist het deel van het brein dat het laatst volgroeid is. ‘Dat verschil zorgt ervoor dat jongeren wel degelijk snappen wat verstandig is, maar in de praktijk toch andere keuzes maken,’ legt Braams uit.
Zelfs als een puber rationeel kan uitrekenen wat het budget is, lukt het vaak niet om zich eraan te houden. Aan de keukentafel kunnen ze keurig uitleggen wat ze zouden moeten doen, maar in de winkel wint het lekkere gevoel van het moment het van de berekening.
Korte termijn wint (bijna) altijd
Beloningen zijn alles wat ons een goed gevoel geeft. Dat kan een stuk chocola zijn, een nieuwe app downloaden, een compliment krijgen of iets kopen wat je heel graag wilt. ‘Jongeren vinden het moeilijk om de beloning op de lange termijn zwaarder te laten wegen dan die op de korte termijn,’ zegt Braams.
En dat geldt eigenlijk voor iedereen, maar jongeren hebben hier nog meer moeite mee, omdat hun brein daar nog in moet groeien.
Barbara Braams (neurowetenschapper)
De meeste pubers kunnen dus wel plannen, maar worden in het moment afgeleid door prikkels of sociale situaties. Dan is het rationele plan ineens verdwenen naar de achtergrond.
Slim zijn ≠ zelfstandig zijn
Belangrijk om te weten: pubers zijn nog volop in ontwikkeling. ‘We zien in onderzoek dat alle jongeren, gemiddeld genomen, meer moeite hebben om toekomstdoelen belangrijk te maken,’ zegt Braams. ‘En dat betekent niet dat ze dit op hun achttiende opeens wel kunnen. Ook daar zit variatie in, en dat blijft zich ontwikkelen tot ver in de twintig.’
Daarom zegt het feit dat een jongere goed is in rekenen of schoolvakken niet automatisch iets over zijn of haar vermogen om met geld om te gaan. Rekenvaardigheid en zelfregulatie zijn verschillende systemen, en die ontwikkelen zich niet synchroon.
Dit is geen gebrek, dit is ontwikkeling
Als ouder is het goed om te beseffen dat deze fouten er juist bij horen. Jongeren leren van ervaringen, zegt Braams. ‘Als je een budget maakt en je komt aan het einde van de maand niet uit, dan leer je: volgende maand moet ik iets anders doen. Het zijn belangrijke leerprocessen. Daar kun je jongeren bij ondersteunen.’
In de psychologie heet dat scaffolding (‘steigers bouwen’). Je helpt je kind bij het bouwen van gedrag dat ze op termijn zelf kunnen. Denk aan samen terugkijken: wat ging goed, waar ging het mis, hoe zou je het volgende keer aanpakken? ‘Alleen kennis overdragen is niet genoeg,’ zegt Braams. ‘Je houding tegenover geld ontwikkel je thuis, door socialisatie. Geef je tiener daarom de ruimte om, binnen veilige kaders, te oefenen met geld.’





