Denzel Dumfries: ‘Geld gaat niet over wat je hebt, maar over hoe je leeft’

Als profvoetballer verdient Denzel Dumfries (29) goed, maar hij weet nog precies hoe het was toen hij twaalf was en zijn eerste bankrekening opende om broodjes te kunnen kopen in de schoolkantine. ‘Mijn moeder wilde niet dat ik ging bietsen bij andere kinderen,’ lacht hij. ‘Dus kreeg ik een eigen chipknip. Dat voelde als iets groots.’
Geen geldgesprekken, wel levenslessen
Denzel groeide op in een warm gezin met vier kinderen: een oudere zus, een jonger zusje en een broertje. ‘Geld was geen groot gespreksonderwerp thuis,’ vertelt hij. ‘We praatten meer over filosofische dingen, politiek, het leven. Mijn ouders waren niet geldgedreven. Als het financieel wat minder ging, werd dat gewoon eerlijk verteld: dit is de situatie, we moeten het even zo doen. We pasten ons allemaal aan. Daar leer je misschien wel de belangrijkste geldles van: tevreden zijn met wat er is.’
Toen zijn zus ouder werd, veranderde er iets. ‘Zij wilde per se zakgeld, want ze wilde make-up en skincare kopen. Dat was achteraf een slechte beslissing,’ zegt hij. ‘We kregen ineens structuur: vijftig euro per maand, en daar moest je alles van doen. Voor die tijd kon ik bij mijn vader nog weleens wat lospeuteren, maar dat zat er toen niet meer in. Ik heb mijn zus er nog lang de schuld van gegeven. Zij heeft het verpest, haha.’
Snoep, broodjes en babbelkracht
Als jongetje gaf Denzel zijn zakgeld altijd meteen uit. ‘Aan eten vooral. Snoep, broodjes, met vrienden eten in de stad. Sparen? Daar dacht ik niet over na. Mijn jongere zusje spaarde wel, dus pakte ik soms een briefje van haar. Dat vertelde ik later eerlijk. Ik beloofde het terug te betalen, maar dat kwam er eigenlijk nooit van.’
De kleine Denzel kreeg als bijdehand jongetje veel geregeld. ‘Ik had een vlotte babbel, vrienden van mijn zus vonden me schattig en kochten broodjes voor me. Of ik regelde dat ik met iemand mee kon rijden als er eens een keer geen saldo op mijn ov-chip stond. Zo kwam ik toch altijd wel rond.’
Op zijn veertiende bezorgde Denzel post, daarna werkte hij kort bij de Albert Heijn. ‘Maar ik vond het niks. Toen het voetbal serieuzer werd, stopte ik.’ Klusjes in en rondom huis deed hij wel, maar daar kreeg hij niet voor betaald. ‘Mijn ouders zijn moderne mensen, maar het Surinaamse zit er wel in,’ zegt hij met een grijns. ‘Ze betaalde al alles voor mij. Dan ga je niet ook nog geld krijgen als je een keertje de stofzuiger pakt.’
2 werelden
Denzel woonde in een gezinswoning in een welvarende buurt in Rhoon. ‘Toen ik begon met voetballen, leerde ik jongens kennen die het thuis minder goed hadden. Sommigen woonden met hun ouders in een appartement. Als ze bij mij thuiskwamen, zeiden ze: “Ik wist niet dat jij zo rijk was.” Terwijl ik dat zelf helemaal niet zo zag. In mijn buurt was ik juist níet het rijke kind. Mijn ouders werkten gewoon heel hard voor dat huis. En ik kon geen Gucci-tas kopen, zoals sommige anderen dat wel deden. Dus wat is rijk? Ik denk dat dat gevoel vooral zit in wat je belangrijk vindt. We hadden daar als jonge jongens vaak mooie gesprekken over. Het waren twee werelden die samenkwamen.’
Van chipknip naar eerste contract
Op zijn achttiende tekende Denzel zijn eerste profcontract bij Sparta Rotterdam. ‘Toen begon ik pas echt over geld na te denken. Mijn vader hielp me, en bij de club kregen we begeleiding. Ik leerde hoe je een loonstrook leest, wat zorgverzekering en autokosten betekenen. Een deel van mijn salaris ging naar een spaarrekening met een blokkade van dertig dagen. Dat was slim, maar frustrerend: ik heb de bank vaak gebeld of ze geen uitzondering konden maken. Dat deden ze nooit.’
Nu: leren doorgeven
Inmiddels woont Denzel met zijn vrouw en drie kinderen (5, 4 en 1 jaar) in Italië. ‘Ze zijn nog klein, maar ik wil ze vroeg leren wat de waarde van geld is,’ zegt hij. ‘Ze hebben spaarpotjes, en als ik zeg dat ik iets van hun spaargeld heb gekocht, worden ze boos: ‘Nee papa, mijn geld!’ Dus ze beseffen steeds meer wat geld is.’
Hij wil zijn kinderen niet laten opgroeien met het idee dat alles vanzelfsprekend is. ‘Ik zeg weleens: laten we wat speelgoed aan kindjes geven die het minder hebben. Ik wil dat ze begrijpen dat we het goed hebben, maar dat dat niet vanzelf komt.’
Rolmodel met bewustzijn
Als profvoetballer weet hij dat jongeren hem volgen op sociale media. ‘Ik post bewust weinig over dure spullen. Geen foto’s van auto’s of horloges. Omdat ik weet dat dat dingen zijn die jongeren kunnen triggeren. Het is geen kritiek op anderen, want iedereen is vrij om te posten wat hij of zij leuk vindt. Maar door mijn organisaties ben ik extra bewust van het beeld dat gecreëerd kan worden, en daarom kies ik ervoor hierin neutraal te blijven.’
Die gedachte vormde ook de basis voor Duce en Young Harvest, de twee initiatieven die hij startte om jongeren financieel weerbaar te maken. ‘Ik wil met hen de gesprekken voeren die ik thuis met mijn ouders had. Niet over geld zelf, maar over wat erachter zit: wat vind je belangrijk, wat wil je bereiken, wanneer ben je tevreden? Geld gaat niet over wat je hebt, maar over hoe je leeft. Dat hoop ik mee te geven.’



